Visietekst CVO

Ons centrum wil in de eerste plaats een centrum zijn dat kansen biedt aan iedereen en waar de basisgedachte van de "sociale promotie" ook effectief in realiteit wordt omgezet.

Dit verklaart waarom ons centrum een ruime waaier aan opleidingen biedt en zo efficiënt mogelijk inspeelt op de diverse leerbehoeften van de cursist. Onze maatschappij stelt immers steeds hogere eisen. Permanente vorming draagt bij tot de professionele en sociale ontwikkeling van het individu en bevordert op die manier de (re)integratie in de samenleving, in de meest ruime zin van het woord.

Integratie staat eveneens voor regionale verankering en het zo efficiënt mogelijk inspelen op regionale opleidingsbehoeften. Het is dan ook de bedoeling dat, naast de individuele cursist, bedrijven, verenigingen en andere onderwijsverstrekkers de weg naar ons centrum vinden en er productieve samenwerkingsverbanden ontstaan.

Levenslang leren impliceert dat de cursist warm en enthousiast gemaakt wordt voor een attitude van permanente vorming. Dit trachten we te bereiken door de inzet van een dynamisch, enthousiast en bekwaam lerarenteam dat oog heeft voor de specifieke onderwijsbehoeften van volwassenen. Dit betekent praktijkgericht, kwaliteitsvol onderwijs en integratie van vernieuwende, differentiërende lesmethodes en didactische middelen, waarbij bijzonder veel aandacht gehecht wordt aan de individuele begeleiding van de cursist.

Kwaliteit is in deze context een sleutelwoord. Sinds geruime tijd staat de structurele opvolging van de kwaliteit centraal en wordt die gecombineerd met participatie: alle betrokken partijen hebben inspraak en dragen bij tot de ontwikkeling en verbetering van ons centrum.

Enkele fundamentele pijlers
  • een zeer uitgebreid aanbod aan opleidingen aan te bieden die alle lagen van de bevolking kunnen aanspreken;
  • zeer breed te rekruteren door gebruik te maken van diverse publicitaire kanalen;
  • laagdrempeligheid voorop te stellen, wat zich vertaalt in zowel de specifieke toelatingsvoorwaarden als de mogelijkheden tot diverse vormen van financiële tegemoetkoming (reducties voor werklozen, opleidingscheques enz.);
  • in te spelen op de behoeften van specifieke doelgroepen zoals allochtonen, zelfstandigen, werkzoekenden en werknemers;
  • extra aandacht te besteden aan Taalbeleid;
  • op centrumniveau een evaluatiebeleid uit te werken dat aansluit bij het profiel en de leernoden van onze cursisten.
Flexibiliteit uit zich op verschillende niveaus en is intrinsiek verbonden met de eigenheid van het Volwassenenonderwijs. Inspelen op de behoeften van de diverse doelgroepen, en specifiek het leren door volwassenen, de steeds veranderende maatschappelijke context, betekent dat een CVO zich zeer flexibel moet opstellen. Wij trachten hieraan tegemoet te komen dankzij:
  • onze permanent beschikbare lokalen, 6 dagen op 7, van ´s morgens tot ´s avonds en de hieraan gekoppelde flexibele organisatie van modules;
  • de invoering van flexibele leertrajecten (zoals het LIO-traject in de Specifieke Lerarenopleiding);
  • de inschakeling van gecombineerd onderwijs, zodat de cursist zich minder hoeft te verplaatsen en ook thuis kan werken;
  • onze EVC/EVK-regeling: een volwassene "belonen" die relevante werkervaring heeft opgedaan door hem/haar vrij te stellen voor bepaalde modules.
Een CVO wordt verondersteld zich te profileren ten overstaan van andere opleidingsverstrekkers zoals Hogescholen, VDAB, Syntra enz. Anderzijds is het ook noodzakelijk om met diezelfde partners structurele samenwerkingsverbanden aan te gaan, om zo de professionaliteit en de efficiënte organisatie van de opleidingen te waarborgen. Professionaliteit betekent immers ook uitwisseling van kennis en expertise. Enkele voorbeelden:

CVO Crescendo heeft structurele samenwerkingsovereenkomsten afgesloten met ELAnt - het Expertisenetwerk Lerarenopleidingen Antwerpen - , met Lessius Mechelen waar onze cursisten een vervolgtraject naar de graad van bachelor kunnen volgen, met Cevora en met de VDAB.

Bovendien worden we permanent ondersteund door de pedagogische begeleidingsdienst van het GO! die recent een speciale cel Volwassenenonderwijs heeft opgericht. Ook de relatief recente oprichting van de Consortia wil in deze context de samenwerking tussen de verschillende onderwijspartners bevorderen.

Anderzijds geeft ons centrum ook de nodige aandacht aan de professionele ontwikkeling van zijn personeel. Naast de jaarlijkse organisatie van een pedagogische week, is er voldoende ruimte voor individuele nascholing op maat.


Uitdagingen
Met "˜kwaliteitsvol onderwijs" kan men als onderwijsinstelling tegenwoordig niet meer uitpakken. Iedereen wordt immers verondersteld kwaliteit te bieden. Het komt er vooral op aan deze kwaliteit te blijven waarborgen door de organisatie in haar geheel permanent bij te sturen dankzij de input van alle betrokken partners, zowel interne (leerkrachten, cursisten, administratie) als externe.

Onderzoek heeft aangetoond dat in Vlaanderen een kleine 10% deelneemt aan levenslang leren. Daarmee behoren we tot de Europese middenmoot, maar we zitten toch nog enkele procenten onder de 12,5%, de Lissabonnorm die we in 2010 zouden moeten behalen.

Hoewel de lagere participatie in grote mate afhangt van factoren waarop wij als CVO geen invloed hebben, blijft het onze taak om een coherent beleid uit te werken waarin de uitbouw van onze cursistenpopulatie en de verdere profilering van het Volwassenenonderwijs een primordiale rol spelen. Dit gaat natuurlijk niet vanzelf en vraagt een grote en permanente inspanning van alle betrokkenen.

De recente ontwikkelingen in het hoger onderwijs zullen hierin ook een cruciale rol spelen. De Bologna-akkoorden vormden de aanzet tot een zeer belangrijke hervorming van het hoger onderwijs. Hoewel de rol van het Volwassenenonderwijs, als vroegere aanbieder van het "Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie" lange tijd onduidelijk bleef, zou hierin verandering moeten komen met de invoering van het HBO, het Hoger Beroepsonderwijs. De HBO-opleidingen bieden namelijk de mogelijkheid om studie en werk te combineren en via een zelf uitgestippeld traject een erkende beroepskwalificatie te verwerven. Diezelfde opleidingen kunnen ook een opstap bieden naar bacheloropleidingen en zouden op die manier kunnen bijdragen tot het realiseren van gelijke onderwijskansen.

De sleutel tot het succes van deze operatie ligt echter niet alleen bij de overheid, maar hangt eveneens af van de beleidskeuzes die door het CVO worden gemaakt. Dit vertaalt zich onder meer in een doorgedreven aandacht voor de specifieke leerbehoeften van onze doelgroepen, een permanente professionalisering van het onderwijzend, administratief en leidend personeel, een meer beroepsgerichte aanpak door het aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt en het uitbouwen van structurele contacten met partners uit de beroepswereld.

Al deze uitdagingen zullen bijdragen tot de realisatie van een van de belangrijkste aandachtspunten die we reeds in onze inleiding vermeldden: het bevorderen van de participatie in een leven lang leren.